Welkom

Voorwoord

Onze achthonderd medewerkers zorgen ervoor dat 2,5 miljoen inwoners en bedrijven in Noord-Brabant en een klein gedeelte van Zeeland altijd en overal kunnen rekenen op zuiver en veilig drink- en industriewater. Een verantwoordelijke taak, omdat Brabant Water tegelijkertijd ook altijd en overal te maken heeft met risico’s. Daar zijn we ons maar al te goed van bewust. Niet voor niets analyseren we elk jaar tienduizenden monsters en vinden er – van bron tot kraan – regelmatig oefeningen plaats waarbij we calamiteiten nabootsen.

Verantwoord ondernemen begint in mijn optiek bij het goed in kaart brengen van mogelijke risico’s. Wat zijn die risico’s? Is de kans dat er daadwerkelijk iets gebeurt groot of klein? Wat is de mogelijke impact? Hoe handelen we als er iets gebeurt? En wie zijn de verantwoordelijken binnen onze organisatie?

Al die waardevolle informatie hebben we in 2017 verzameld in een risicomanagementsysteem. Dat helpt ons om als bedrijf nog beter in control te zijn bij al onze processen en zo op een verantwoorde manier te investeren in toekomstbestendigheid, veiligheid, duurzaamheid, kwaliteit en continuïteit.

In dit jaarverslag presenteren we de Jaarrekening 2017 en leggen we verantwoording af over het gevoerde beleid. Natuurlijk zijn we er trots op dat het goed gaat met Brabant Water, maar ik zie er wel op toe dat we dat niet als iets vanzelfsprekends gaan zien. De komende jaren zullen we het risicomanagementsysteem daarom blijven uitbouwen en aanpassen aan nieuwe inzichten. Niet alleen borgen wat we hebben, maar voortdurend aandacht hebben voor hoe het toch nog beter kan. Alleen zo kunnen we – elk jaar opnieuw – water leveren van onberispelijke kwaliteit, met een optimale leveringszekerheid, tegen acceptabele kosten, met oog voor mens en natuur.

Guïljo van Nuland, Bestuurder

 

Over Brabant Water

Over Brabant Water

Brabant Water NV levert drink- en industriewater aan 2,5 miljoen inwoners en aan bedrijven in Noord-Brabant en een klein gedeelte van Zeeland. Wij winnen, zuiveren en distribueren water van uitstekende kwaliteit, tegen de laagst mogelijke kosten en met een hoge leveringsbetrouwbaarheid.

Het hoofdkantoor is gevestigd in ‘s-Hertogenbosch, met een nevenvestiging in Breda. Bij ons bedrijf werken circa 800 medewerkers. De jaaromzet is ongeveer 200 miljoen euro. Brabant Water NV is een structuur-NV. De aandelen van onze vennootschap zijn voor 31,6% in handen van de Provincie Noord-Brabant. De overige aandelen zijn in het bezit van gemeenten in het voorzieningsgebied. Jaarlijks leveren we zo’n 180 miljoen m³ water. Wij hebben dertig waterproductiebedrijven verspreid over de hele provincie en een hoofdleidingnet van ruim 18.000 kilometer. Circa 60% van het drinkwater is bedoeld voor huishoudelijke klanten. Zij gebruiken het drinkwater voor consumptie en andere huishoudelijke toepassingen. Het overige drink- en industriewater gaat naar bedrijven en instellingen die het inzetten voor uiteenlopende doelen. Ook leveren we maatwerkproducten aan bedrijven, zoals water voor laagwaardig gebruik of water dat een speciale behandeling heeft ondergaan.

De zorg voor het milieu, waaruit we de grondstof voor ons product putten, staat bij ons hoog in het vaandel. We streven naar een duurzame watervoorziening, nu en in de toekomst. We volgen bij al onze activiteiten de ontwikkelingen in de maatschappij. Om onze doelstellingen te realiseren, werken we klantgericht, kostenbewust en met actieve zorg voor onze omgeving. Dit doen we zoveel mogelijk in afstemming en samenwerking met andere organisaties.

 

 

Sociale gegevens

Sociale kengetallen

per 31 december 2017 (enkelvoudig)

 

Onze inzet op MVO

Onze inzet op MVO

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zit in het Brabant Water-DNA. We zijn bevlogen in ons werk en hebben daarbij oog voor mens en milieu. We hanteren een duurzame bedrijfsvoering en voegen bij het uitvoeren van onze kerntaak waar mogelijk waarde toe voor onze omgeving.

Zo werken we bijvoorbeeld aan het veiligstellen van onze bronnen voor de huidige én toekomstige generaties, betrekken we onze klant actief bij het verbeteren van onze dienstverlening, houden we de kosten voor het drinkwater zo laag mogelijk en zijn we een betrokken werkgever en erkend leerwerkbedrijf. Ons MVO-beleid heeft zich het afgelopen jaar vooral gericht op:

  • Klimaatneutraal ondernemen;
  • Zero waste realiseren;
  • De biodiversiteit in onze natuurgebieden bevorderen;
  • Meer jongeren betrekken bij (het belang van) kraanwater;
  • Onze kennis delen in binnen- en buitenland.


Op deze onderdelen hebben we het volgende bereikt:

  • Verdere reductie van energiegebruik met 0,5%. Ten opzichte van 1990 betekent dit inmiddels een reductie van 12,5%.
  • De realisatie van zonnepanelen op zes productielocaties, waardoor we nu 1,5% van onze stroom zelf opwekken.
  • Bijna twaalfduizend ton reststof die vrijkomt in ons productieproces (zoals ijzer- en kalkhoudend slib, kalkpellets, kalkkorrels en gebruikt filterzand) wordt hergebruikt. Dit komt overeen met nagenoeg 100% hergebruik.
  • Deelname aan de Greendeal Infranatuur.
  • In 2017 bezochten 40.000 mensen lesjedorst.nl (onze educatieve website).
  • Onze inspanningen op het gebied van kennisdeling in het buitenland zijn medio 2017 ondergebracht bij het samenwerkingsverband Vitens Evides International (VEI). Via deze organisatie zijn ca. 25 van onze medewerkers ingezet bij projecten in zes landen.


We vinden het belangrijk om transparant te zijn over onze inzet op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid. Daarom leggen we daarover uitgebreid verantwoording af in ons MVO-verslag 2017, dat naast dit jaarverslag is opgemaakt. In het MVO-verslag laten we zien dat we als semipublieke onderneming ook activiteiten uitvoeren die we niet wettelijk verplicht zijn, maar waarvoor we wel nadrukkelijk kiezen, omdat onze unieke kennis ons in staat stelt om met relatief weinig extra middelen echt maatschappelijk van toegevoegde waarde te zijn.

Financiën

Financieel beleid

Het verslagjaar 2017 wordt afgesloten met een positief resultaat van 31,2 miljoen euro, dat conform het door de aandeelhouders vastgestelde financieel beleid wordt toegevoegd aan de Algemene Reserve.

Hoofdelementen van dit financieel beleid zijn het handhaven van een toereikend weerstandsvermogen in combinatie met een restrictief tarievenbeleid. Dit toereikend weerstandsvermogen stelt ons in staat de in de komende jaren toenemende investeringen financierbaar te houden alsmede de gevolgen van de overname van de NV Tilburgsche Waterleiding- Maatschappij (TWM) te verwerken.

In het verslagjaar is een additionele betaling van 27 miljoen euro aan de NV TWM gedaan inzake de overname van de activa van de NV TWM. Deze aanvullende betaling is gebaseerd op voorlopige berekeningen van de door de Rechtbank ingestelde Commissie van Deskundigen. Hierbij is de Commissie uitgegaan van de zogenaamde reproductiewaarde. Op basis van de berekening van de Commissie hebben we onze in 2014 gemaakte inschatting van de overnameprijs bijgesteld. Tevens hebben we besloten om de goodwill alsnog te activeren. Op die manier spreiden we het effect van de overname over de tijd en kunnen de gevolgen beter worden geabsorbeerd. Benadrukt wordt dat er nog steeds onzekerheid bestaat omtrent de uiteindelijke verkrijgingsprijs. Verwacht wordt dat de Rechtbank nog in 2018 tot een uitspraak komt.

Onder het eerder vermelde restrictieve tarievenbeleid verstaan we een tariefontwikkeling die zo mogelijk stabiel is in de komende jaren, maar die in elk geval gemaximeerd is op de geldende inflatiecijfers. Dit beleid is gunstig voor onze huidige klanten, want bij effectuering hiervan is in reële zin sprake van een dalende of in het uiterste geval gelijkblijvende drinkwaternota.

Over 2017 waren de tarieven voor onze huishoudelijke klanten gelijk aan die van 2016. De inflatie over 2017 bedroeg 1,3%. In reële termen betekende dit voor onze klanten dus een dalende waterrekening. In 2018 zijn de tarieven verlaagd.

 

Resultaat 2017 ten opzichte van 2016
Het resultaat over 2017 lag 3,1 miljoen euro onder het resultaat van 2016. Het bedrijfsresultaat steeg daarentegen wel, namelijk met 3,9 miljoen euro, als gevolg van een stijging van de bedrijfsopbrengsten met 4,6 miljoen euro in combinatie met een stijging van de bedrijfslasten van 0,7 miljoen euro.

De stijging van de drinkwateropbrengsten bedroeg 3,0 miljoen euro. Deze stijging is enerzijds veroorzaakt door een stijging van de afzet van 2,5%. Deze is in belangrijke mate veroorzaakt door een zeer warme zomer. Anderzijds zorgt de aansluiting van onze klantenadministratie met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) er voor dat er meer vastrecht bij de klant in rekening is gebracht. Dat zorgt voor een aanvullende omzet van ruim 0,8 miljoen. Het resterende deel van de omzetstijging vloeit voort uit een autonome groei van het aantal aansluitingen.

De omzet van de ‘en gros’-levering is nagenoeg gelijk gebleven.
De omzet uit ander water dan drinkwater is ten opzichte van 2016 met 10% gestegen. Deze wordt veroorzaakt door een verrekening van een minimum afnameverplichting uit 2016, die pas in 2017 in rekening is gebracht.

De omzet van de dochters (KWO-activiteiten, technische ondersteuning en exploitatie van installaties) is ten opzichte van 2016 gestabiliseerd.

De geactiveerde productie steeg met 0,6 miljoen euro ten opzichte van 2016. De overige opbrengsten waren circa 0,9 miljoen euro hoger dan in 2016. Deze opbrengsten hebben betrekking op de levering van producten en diensten die aan de waterlevering zijn gerelateerd, zoals administratieve dienstverlening aan derden (‘meeliften’).

Binnen de bedrijfslasten bleef het totaal aan salarissen en sociale lasten nagenoeg stabiel, mede vanwege het uitblijven van een nieuwe cao.

De kosten van grond- en hulpstoffen waren lager (0,3 miljoen euro) dan in 2016. De kosten van uitbesteed werk daalden met 1,1 miljoen, voornamelijk als gevolg van een daling van de dotaties aan voorzieningen en een daling van het aantal inleenkrachten, terwijl de overige bedrijfskosten met 0,7 miljoen euro zijn gedaald. Deze daling is voornamelijk het gevolg van een verdere digitalisering en een betere periode-allocatie.

De kapitaallasten (afschrijvingen, overige waardemutaties en financieringslasten) laten ten opzichte van 2016 een stijging zien van 9,4 miljoen euro. De afschrijvingen stegen met een bedrag van 2,2 miljoen euro. Deze stijging is voornamelijk veroorzaakt door extra afschrijving van de aangepaste goodwill inzake de overname van de activa van de NV TWM. Deze extra afschrijving bedroeg 1,9 miljoen.

Het saldo van financiële baten en lasten – waaronder ook opgenomen het relatieve aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen – is gedaald met 7,2 miljoen euro en is per saldo negatief. De daling is het gevolg van enerzijds een daling van de rente- opbrengsten als gevolg van de steeds verder dalende spaarrente en anderzijds van de extra rentekosten over de hogere overnamesom inzake de overname van de activa van de NV TWM.

 

Voorzieningen
In 2017 is het totale voorzieningenniveau per saldo gestegen met 9,5 miljoen euro. Deze stijging is enerzijds het gevolg van de reguliere dotatie die nodig is om met name de Voorziening amovering transport- en distributieleidingen op het gewenste niveau te brengen. Anderzijds is de dotatie aan deze voorziening hoger dan in 2016 als gevolg van een verhoging van de in de modellen opgenomen gemiddelde uitnameprijs en een aanpassing in het tempo van verwijderen van AC- leidingen.

 

Bestemmingsreserve
De bestemmingsreserve wordt gehandhaafd op een niveau van 25 miljoen euro. Hiermee wordt in de solvabiliteitsbeoordeling rekening gehouden met een eventueel hogere overnameprijs voor de NV TWM dan door Brabant Water NV berekend is. Aangezien de rechterlijke uitspraak inzake de overnamesom bindend zal zijn – en de NV TWM in haar berekeningen tot aanzienlijke hogere uitkomsten komt – is er nog steeds risico dat de overnamesom significant boven het bedrag ligt zoals dat door Brabant Water NV is berekend.

 

Tarieven
In 2017 zijn de tarieven voor een m3 water en het vastrecht ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2016.

 

Treasury
Brabant Water NV heeft in 2017 een positieve kasstroom gerealiseerd. Dit wordt met name veroorzaakt door het aantrekken van twee leningen en de aflossing van een aantal obligaties. De daaruit ontvangen middelen zijn met name ingezet ter financiering van de investeringsuitgaven en een verlaging van de debetstand op enkele bankrekeningen.

De gelden die niet direct noodzakelijk zijn voor hetzij operationele activiteiten hetzij voor het financieren van investeringen worden belegd conform de richtlijnen vastgelegd in het Financieel Statuut van Brabant Water NV. Dit statuut voorziet in een zeer risicomijdend beleggingsbeleid waarbij aangesloten is bij bepalingen uit de Wet financiering decentrale overheden en staat het aangaan van open posities middels derivaten niet toe. Overigens waren er ultimo 2017 ook geen andere derivatencontracten aanwezig binnen Brabant Water NV.

In verband met de stijgende investeringen en de dalende tarieven zijn de overtollige liquide middelen aangehouden op spaarrekeningen teneinde zo flexibel mogelijk te zijn.

 

Toegestane vermogenskosten (WACC) en solvabiliteit
Met de invoering van de Drinkwaterwet zijn met ingang van 2012 wettelijke eisen gesteld aan de toegestane hoogte van de vermogenskosten die betrekking hebben op drinkwateractiviteiten. Vermogenskosten zijn gedefinieerd als de kosten van eigen en vreemd vermogen. De kosten van vreemd vermogen zijn de rentelasten over de afgesloten leningenportefeuille; de kosten van eigen vermogen zijn gelijk aan het gerealiseerde resultaat.

Voor de jaren 2016 en 2017 zijn de vermogenskosten (WACC) gemaximeerd op 4,2% van het balanstotaal verminderd met de liquide middelen. Jaarlijks vindt aan de hand van de jaarrekening en na correctie voor niet- drinkwateractiviteiten door de Minister van I&M toetsing plaats of aan deze wettelijke eis is voldaan. Aan de hand van de voorliggende jaarrekening kan – na eliminatie van de niet-drinkwateractiviteiten – een WACC berekend worden van ongeveer 3,8%. Brabant Water NV blijft daarmee binnen de voor 2017 wettelijk toegestane WACC.

In de Drinkwaterwet is tevens vastgelegd dat de toegestane solvabiliteit een maximum kent van 70%. Hiervan kan (tijdelijk) afgeweken worden als een individueel bedrijf toekomstige verplichtingen kent waardoor een hoger maximum gerechtvaardigd is. Op grond van de enkelvoudige balans (de Drinkwaterwet reguleert namelijk uitsluitend drinkwateractiviteiten) en rekening houdend met een correctie voor de bestemmingsreserve kan de solvabiliteit per einde boekjaar berekend worden op 56,8%, dus ruim binnen het toegestane maximum.

In de Drinkwaterwet wordt de maximumsolvabiliteit gereguleerd. Financieel beleidsmatig minstens zo relevant is de vraag naar de te hanteren minimumsolvabiliteit. In 2013 is door de Algemene Vergadering vastgelegd dat de solvabiliteit minimaal 45% dient te bedragen.

 

Vennootschapsbelasting
Vanaf 1 januari 2016 is Brabant Water NV vennootschapsbelastingplichtig. Voor de wettelijke drinkwatertaken geldt een vrijstelling van vennootschapsbelasting op grond van artikel 8f lid 1 sub b Wet Vpb 1969. Dit betreft het merendeel van de activiteiten van Brabant Water NV. Activiteiten waar wel vennootschapsbelasting over betaald moet worden zijn onder andere de dienstverlening aan derden (beheer terreinleidingen van bijvoorbeeld recreatieparken), verhuur van (voormalige) dienstwoningen, verpachting van grond en de verkoop van reststoffen. Met de Belastingdienst wordt overleg gevoerd over de toepassing van een tweetal vrijstellingen. Gelet op het verloop van de discussie is voor 2017 geen additionele belastingplicht voor Brabant Water opgenomen.

De te betalen belastingen zijn in het verslagjaar gedaald met 0,2 miljoen euro. Het gemiddelde te betalen Vpb- tarief over 2017 bedroeg 24,7%.

 

Investeringen
In 2017 kwam voor een bedrag van 78 miljoen euro aan investeringswerken gereed en vond activering van deze werken plaats. De daadwerkelijke investeringsuitgaven over 2017 bedroegen 74 miljoen euro. Het verschil tussen de daadwerkelijke uitgaven en de waarde van de gereedgekomen investeringen wordt veroorzaakt door het verloop van de post ‘Werken in uitvoering’.

De in financiële omvang belangrijkste investeringswerken in 2017 betroffen in de distributiesfeer de aanleg en vervanging van hoofd- en aansluitleidingen. In 2017 werd hiertoe een bedrag van 54 miljoen euro geïnvesteerd. In de productiesfeer werden substantiële investeringen gedaan in bouw en renovatie van een aantal productielocaties, alsmede in de realisatie van de laatste centrale onthardingsinstallatie.

 

Vooruitblik op 2018
In 2018 is sprake van een daling van het variabele tarief voor huishoudelijk verbruik (met bijna 7%), terwijl het vastrecht stabiel blijft. Voor zakelijke klanten met een capaciteitsaansluiting dalen de tarieven iets meer. Met deze tariefwijziging zijn onze tarieven meer in lijn met onze kostenstructuur. De opbrengsten zullen in 2018 als gevolg van de tariefontwikkeling dalen, terwijl operationele kosten (mede als gevolg van een toename van het aantal inleenkrachten) zullen stijgen ten opzichte van 2017. De rentelasten zullen als gevolg van het wegvallen van de incidentele rentekosten samenhangende met de overname van de NV TWM daarentegen sterk dalen. Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen wordt per saldo een (bescheiden) daling van het resultaat verwacht. De toename van het aantal inleenkrachten is voor een groot deel tijdelijk, vanwege tijdelijke insourcing van call-center werkzaamheden.

Ten aanzien van het personeelsbestand wordt voor 2018 verwacht dat de bezetting min of meer gelijk is aan die van 2017.

Ook in 2018 zullen de investeringen verder stijgen. Het gros van de investeringen betreft wederom investeringen in vervanging en uitbreiding van ons leidingnet.

 

Overige gegevens

Bericht van de Raad van Commissarissen

Jaarrekening
Het Bestuur van Brabant Water NV heeft ons de door hem opgemaakte jaarrekening over het jaar 2017 voorgelegd, samen met het verslag over het door de Directie gevoerde beleid. De Raad van Commissarissen heeft de opgemaakte jaarrekening over 2017 laten onderzoeken door Deloitte Accountants. De goedkeurende controleverklaring van de onafhankelijke accountant is in het verslag opgenomen. De Raad heeft besloten de jaarrekening door te sturen naar de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en stelt u voor de Jaarrekening 2017 ongewijzigd vast te stellen. Verder stelt de Raad u voor decharge te verlenen aan de Directie voor haar bestuur en aan de Raad van Commissarissen voor zijn toezicht.

 

Corporate Governance
De Raad en het Bestuur onderschrijven het belang van transparantie en deugdelijk ondernemingsbestuur voor Brabant Water NV. Om deze reden wordt de Corporate Governance Code vrijwillig toegepast voor die onderdelen die ook voor onze onderneming aan de orde zijn.

Brabant Water NV is een naamloze vennootschap waarop het verzwakt structuurregime van toepassing is. Dit betekent onder andere dat het Bestuur wordt benoemd door de Algemene Vergadering op bindende voordracht van de Raad. De Algemene Vergadering benoemt eveneens, op voordracht van de Raad, de commissarissen.

De verhoudingen tussen de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, de Raad van Commissarissen en het Bestuur zijn vastgelegd in diverse regelingen en in de statuten. Ook zijn voor de vaste commissies van de Raad reglementen opgesteld. Deze stukken zijn ook op de website van Brabant Water NV gepubliceerd.

 

Samenstelling en omvang van de Raad
De met de Algemene Vergadering overeengekomen samenstelling en omvang van de Raad, zoals hierna aangegeven, is sinds 2014 bereikt:

  • twee leden met een actieve functie in het openbaar bestuur van een aandeelhoudende gemeenten (categorie A);
  • een lid op voorstel van het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (categorie B);
  • een lid op basis van het versterkt aanbevelingsrecht van de Ondernemingsraad (categorie C);
  • een lid, niet afkomstig vanuit de bovengenoemde achtergronden (categorie D).

In 2017 is de heer mr. J. Niederer herbenoemd tot voorzitter van de Raad.

Per 1 januari 2011 is de Wet Bestuur en Toezicht in werking getreden. De wet bevat onder andere een bepaling over een evenwichtige verdeling van zetels over mannen en vrouwen. De wet gaat uit van een evenwichtige verdeling van ten minste 30% mannen en ten minste 30% vrouwen.

Per 31 december 2017 bedraagt de verdeling in de Raad 40% mannen en 60% vrouwen. De Raad is derhalve volgens de wet op dit punt evenwichtig samengesteld.

Het Bestuur van de vennootschap bestaat uit één statutair directeur.

De samenstelling van de Raad per 31 december 2017 is opgenomen op pagina 9 van dit Jaarverslag.

 

Invulling toezicht
De Raad kwam in 2017 vijfmaal in vergadering bijeen. Bij deze vergaderingen is het Bestuur aanwezig geweest. Tijdens de vergaderingen en in overige contacten met het Bestuur heeft de Raad gesproken over de strategie van de onderneming, de behaalde resultaten, de plannen voor de komende periode en alle overige relevante zaken die onder de aandacht van de Raad kwamen of werden gebracht.

In 2017 is door het Bestuur een themabijeenkomst gehouden over het educatieprogramma voor het basisonderwijs en online klantcommunicatie bij Brabant Water NV, in aanwezigheid van het verantwoordelijke MT-lid.

In 2017 zijn daarnaast onder andere de volgende onderwerpen aan de orde geweest:

  • De voortgang van de gerechtelijke procedure over de afwikkeling van de te betalen schadeloosstelling aan de NV Tilburgsche Waterleiding-Maatschappij (TWM).
  • Jaarverslag 2016 alsmede het verslag van de accountant.
  • Financiële kwartaalrapportages 2017.
  • Begroting en watertarieven 2018.
  • Duurzaamheidsverslag 2016.
  • Financieel beleid van Brabant Water NV.
  • Profielschets Raad van Commissarissen.
  • Resultaten medewerkersonderzoek 2017.

Daarnaast heeft de Raad in 2017 een werkbezoek afgelegd aan het drinkwaterproductiebedrijf in Veghel.

De Raad heeft twee vaste commissies ingesteld: de Auditcommissie en de Governancecommissie.

 

Auditcommissie
De Auditcommissie adviseert de Raad bij de uitvoering van zijn taak tot het houden van toezicht op de interne risicobeheers- en controlesystemen en de jaarverslaglegging.

De Auditcommissie heeft in 2017 onder meer vergaderd over de financiële informatieverschaffing (ontwerp-jaarrekening, begroting en watertarieven 2018 en realisatiecijfers 2017) en het financieel meerjarenperspectief 2018 tot en met 2027. Daarnaast is de informele toets van de Inspectie Leefomgeving en Transport inzake de drinkwatertarieven 2017 besproken. Verder is in een extra bijeenkomst de voortgang van de gerechtelijke procedure over de afwikkeling van de te betalen schadeloosstelling aan de NV Tilburgsche Waterleiding-Maatschappij (TWM) behandeld.

Het Bestuur heeft een themabijeenkomst gehouden over Financial Control bij Brabant Water, in aanwezigheid van de controller.

 

Governancecommissie
De Governancecommissie heeft als een van haar taken de Raad te adviseren over de vaststelling van de jaarlijkse remuneratie van het Bestuur, passend binnen het door de Algemene Vergadering vastgesteld bezoldigingsbeleid en de WNT-regels.

Overige taken zijn onder andere werving en selectie van leden van de Raad en het Bestuur en governancevraagstukken met betrekking tot de vennootschap.

De Commissie heeft voorstellen gedaan voor de vaststelling van prestatie-indicatoren voor het Bestuur. Deze prestatie- indicatoren richten zich onder andere op diverse relevante onderdelen van de bedrijfsvoering. Ook heeft de commissie geadviseerd over de vaststelling van de beloning van de bestuurder over 2017.

Met het Bestuur wordt ook een jaarlijks evaluatiegesprek gehouden waarbij gesproken wordt over het functioneren, mede in relatie tot de daartoe door de Raad opgestelde criteria.

 

Tot slot
De Raad spreekt tot slot zijn dank en waardering uit voor de wijze waarop Bestuur, Ondernemingsraad en medewerkers van Brabant Water NV zich in het verslagjaar hebben ingezet voor de belangen van de onderneming.

's-Hertogenbosch, 12 april 2018
Namens de Raad van Commissarissen
Brabant Water NV

 

Mr. J.M.L. Niederer, voorzitter
Mr. H.B. Hieltjes, secretaris

Raad van Commissarissen van links naar rechts: mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers, de heer mr. J.M.L. Niederer, de heer mr. H.B. Hieltjes en mevrouw drs.ir. J.M. Driessen.

Mevrouw drs. C.J.M.A. van Esch ontbreekt op deze foto.